Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > Wij zijn het huis van God
zoeken
printen

Wij zijn het huis van God

'Wat hier voltooid is in steen en hout
moet ook in uw eigen lichaam tot stand komen' 

Wanneer Augustinus spreekt over de Kerk, bedoelt hij niet de stenen van het gebouw. Hij zoekt het cement in de geloofsgemeenschap, de onderlinge liefde tussen mensen vanuit hun geloof in God. De gelovigen bouwen zelf de woonplaats van God.
Drie preekfragmenten over Bouwen aan Gods huis dat ons huis moet worden
.

Christus wil in ons wonen

Het is feest. Augustinus preekt bij de inwijding van een kerk. Wat we hier stoffelijk gerealiseerd zien met deze muren moet zich geestelijk in u voltrekken. Wat we hier voltooid zien in steen en hout moet door het opbouwend werk van Gods genade in uw eigen lichaam tot stand worden gebracht.

De reden van deze feestelijke bijeenkomst is de inwijding van een huis van gebed.  Dit hier is het huis van onze gebeden, het huis van God zijn wijzelf. Als wijzelf het huis van God zijn, worden wij in deze tijd gebouwd om aan het einde der tijden te worden ingewijd. Het gebouw, of liever het bouwen zelf betekent zware inspanning, de inwijding betekent groot feest. Wat hier gebeurde toen dit gebouw verrees gebeurt ook nu, wanneer gelovigen in Christus bijeenkomen. Want door hun geloof worden zij als bouwmateriaal, hout en stenen, uit bossen en bergen. En dan worden zij onderwezen in het geloof en gedoopt en gevormd. Het is alsof ze door timmerlui en metselaars worden bewerkt en rechtgemaakt en bijgeschaafd.

Toch kunnen ze het huis van de Heer alleen maar bouwen als ze het met liefde in elkaar zetten. Wanneer de balken en stenen zich niet hechten in de voorgeschreven volgorde, wanneer ze zich niet vreedzaam verbinden en zich niet liefdevol aan elkaar hechten, dan zou niemand daar naar binnen gaan. Inderdaad, als je ziet dat in een bouwwerk de stenen en balken zich goed hechten, ga je met een veilig gevoel naar binnen en ben je niet bang dat het instort. Omdat Christus de Heer naar binnen wilde en in ons wilde wonen, zei Hij alsof Hij aan het bouwen was: “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.  Ik geef jullie een nieuw gebod… Jazeker, jullie waren oud, jullie waren nog geen huis voor Mij aan het bouwen, jullie lagen in je eigen bouwval. Dus om bevrijd te worden uit die oude bouwval van jullie moeten jullie elkaar liefhebben."

Augustinus, sermo 336,1 in: Bouwen aan Gods huis (Augustinus aan het woord, Augustijnse Beweging)
 

Levende Stenen vormen de tempel van God

In preek 27 vergelijkt Augustinus ons zingen en geloven met het bouwen aan het huis van God. Wij moeten als levende stenen de tempel van God vormen om Hem te kunnen ontvangen. 

Wanneer heel de aarde een nieuw lied zingt, is ze het huis van God. Doordat we zingen, wordt het gebouwd. Doordat we geloven, wordt het fundament eronder gelegd. Doordat we hopen, wordt het opgetrokken. En doordat we liefhebben, wordt het voltooid. Nu wordt het gebouwd, maar aan het einde van de tijd wordt het ingewijd. Laten de levende stenen daarom zonder dralen bijeenkomen om het nieuwe lied te zingen. Laten ze zonder dralen bijeenkomen en zich klaarhouden om met elkaar de tempel van God te vormen. Laten ze hun Heiland erkennen. Laten ze hun bewoner ontvangen. 

Augustinus, sermo 27,1 in: Schatkamer van het geloof  

 

Wie van het huis van God houdt, houdt van de Kerk

In preek 15 spreekt Augustinus over de levende stenen - de harten van de gelovigen - die door de band van de liefde met elkaar verbonden worden. Dan worden wij zelf de tempel van God. Wie houdt van de schoonheid van het huis van God, houdt van de Kerk. Want de schoonheid van de Kerk zit niet in het gebouw maar in de mensen die met heel hun hart, heel hun ziel en heel hun verstand God liefhebben.

De schoonheid van het huis van de Heer en de plaats van de tent van zijn heerlijkheid hebben we lief. Tenminste, als we zelf dat huis en die tent zijn. De schoonheid van het huis van de Heer en de plaats van de tent van zijn heerlijkheid zijn niets anders dan zijn tempel, waarover de apostel Paulus zegt: “De tempel van God is heilig. En die tempel bent u zelf.” Zoals onze lichamelijke ogen zich verlustigen in door mensenhand gemaakte bouwwerken, wanneer die op smaakvolle en schitterende wijze worden opgetrokken, zo is er sprake van de schoonheid van het huis van God en van de plaats van de tent van zijn heerlijkheid, wanneer de levende stenen, dat wil zeggen: de harten van de gelovigen, door de band van de liefde met elkaar worden verbonden. Leer dus waarvan u moet houden. Dan kunt u ervan houden. Want wie de schoonheid van het huis van God liefheeft, heeft de Kerk lief. Dat is zeker. Niet om de door vaklieden gebouwde muren en daken, niet om het glanzende marmer en de met goud versierde plafonds, maar om de gelovige mensen, de heiligen, die God liefhebben met heel hun hart, heel hun ziel en heel hun verstand, en die hun naaste liefhebben als zichzelf.

Augustinus, sermo 15,1 in: Schatkamer van het geloof 

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap

 

 

'Wij zijn het zelf die een gebouw nodig hebben waar Gods aanwezigheid voelbaar is' 
 
Yvonne Peyresaubes OSA in Wonen in jouw huis - psalm 84. Dit is een themanummer van: Stad Gods, Inspiratie van de Augustinessen van Sint-Monica (sept. 2016)  

Stad Gods, inspiratie van de Augustinessen van Sint Monica , themanr Wonen in jouw huis - psalm 84 (nr sept. 2016)

19 oktober 2016