Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > V29 Vriendschap
zoeken
printen

V29 Vriendschap

Augustinus over de gloed van de vriendschap

 

Houten beeldje van Augustinus met het hart dat brandt van liefde voor Godsamen praten en samen lachen
hartelijk met elkaar omgaan
samen een goed boek lezen
samen schertsen en serieus zijn,

het soms met elkaar oneens zijn zonder haat
alsof je het oneens was met jezelf
en met dat zeldzame verschil van mening de eensgezindheid van altijd kruiden,
aan elkaar en van elkaar iets leren,

uitkijken naar de terugkomst van wie afwezig is
en blij zijn als hij er weer is;

met deze en andere soortgelijke tekenen
vanuit het hart van mensen die elkaar graag mogen,
en wat je zegt met je mond, je spraak, je ogen
en duizend andere lieve gebaren
zielen als door vuur laten samensmelten en van vele één maken

 

Augustinus, Belijdenissen 4,13 / vertaling Wim Sleddens 

 

Voor Augustinus was vriendschap enorm belangrijk: hij had vele vrienden en zijn vriendschappen waren hecht. Hij noemt zijn trouwe vriend Alypius zelfs 'de broer van mijn hart'. (Conf. 9,7) Wanneer een goede jeugdvriend van hem overlijdt (Conf. 4,11), heeft Augustinus het gevoel dat de helft van zijn ziel is overleden.  

Hoe goed kun je een ander leren kennen?

Beroemd is de volgende uitspraak van Augustinus:
'et nemo nisi per amicitiam cognoscitur – men kan niemand leren kennen tenzij door vriendschap'. (diu. qu. 71,5 – Over 83 vraagstukken) Augustinus bedoelt hier dat elkaar leren kennen niet alleen een kwestie van het verstand is, van kritisch overleg, maar ook en vooral van liefde, van overgave aan de ander. Alleen echte liefde maakt een volledig verstaan van de ander mogelijk. Niemand wordt volledig begrepen, geliefd, als die ook niet volledig bemind wordt. (diu.qu 35,2) In het gezelschap van goede vrienden hoef je je niet groter voor te doen dan je bent; ieder kan zichzelf zijn.

Echte vrienden kunnen elkaar de waarheid zeggen: 'Houd van je vrienden, niet van hun fouten' zegt Augustinus in preek 49. Goede vrienden gaan steeds meer op elkaar lijken, in positieve zin. Wederzijdse welwillendheid, waardering, aandacht voor elkaar is een voorwaarde voor echte vriendschap. Eigenbelang en berekening passen hier niet. Toch blijft de ander altijd een ander, en dat karakteristieke van de ander moet worden gerespecteerd. Vriendschap blijft dus een zaak tussen mensen en kan nooit volmaakt worden.

Volmaakte vriendschap kan alleen God ons bieden. Vriendschap komt op een hoger plan wanneer ze bij God wordt gebracht. Augustinus wil vriend worden van God. Zo wordt hij door Gods woord in vuur en vlam gezet. 'U hebt mijn hart getroffen met uw woord en ik ben u gaan beminnen.' (Conf. 9,3 en 10,8)
Augustinus' verlangen naar ware vriendschap blijkt o.a. uit zijn Regel: 'eensgezind tezamen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God'. Hier op aarde kunnen wij leren God te ontmoeten in de ander.  

Bron: God in de ander. Augustinus over gastvrijheid en vriendschap / Martijn Schrama. 

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
22 november 2016