Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V22 Vrede

Vrede
niet alleen tijdens de Vredesweek

 

Hoeveel kun je delen?


Augustinus adviseert ons om zelf vredelievend te zijn en een goed voorbeeld te geven in die mate waarin je bezit dat toelaat. 

'Wie de vrede bemint, is te prijzen. Maar ondertussen kunnen wij de mensen die van geen vrede willen weten, beter tot vredelievende gevoelens brengen door hen te onderrichten en te zwijgen dan door hen te provoceren met scheldpartijen. De ware minnaar van de vrede is ook een minnaar van de vijanden van de vrede. Je maakt je immers niet kwaad op blinden, omdat je zelf het licht bemint. Je betreurt natuurlijk dat blinden het licht niet zien. Je weet immers wat een groot goed het licht is. En wanneer je dan vaststelt wat blinden moeten missen, twijfel je er geen ogenblik aan dat zij je medelijden verdienen. En heb je de middelen, de bekwaamheid of het geneesmiddel om te helpen, dan zul je hen eerder te hulp snellen dan hen te veroordelen.

Zo moet ook iedere minnaar van vrede medelijden hebben met wie niet bemint wat u bemint en niet heeft wat u hebt. Wat u bemint is namelijk van dien aard dat u niet jaloers hoeft te zijn op een ander die het samen met u bezit. Wie samen met u de vrede bezit, vormt geen bedreiging voor uw bezit.

In dat opzicht bestaat er een groot verschil met het bezit van materiële zaken. Daarin is het moeilijk om niet jaloers te zijn op de bezitter ervan. Misschien komt de gedachte bij u op om de landerijen die u bezit te delen met een vriend, zodat men uw welwillendheid zou prijzen en uw liefde ook in tijdelijke zaken zou blijken. Wilt u uw aardse bezit –bijvoorbeeld een landgoed, een huis of zoiets- delen met een vriend, dan deelt u dat met één persoon. U aanvaardt hem in uw gemeenschap en bent daar samen met hem blij om. Denkt u erover om een derde of een vierde persoon te aanvaarden, dan begint u uzelf al af te vragen of uw huis wel aan zoveel bewoners plaats biedt en of uw akker wel voldoende opbrengt om zoveel mensen te voeden. En u komt tot de slotsom dat er onmogelijk een vijfde person bij kan, dat een zesde persoon niet bij u kan inwonen en dat zo’n klein bezit nooit een zevende persoon kan voeden. Niet uzelf maar de beperktheid van uw bezit sluit anderen dus uit.

Maar bemin de vrede, heb vrede, neem zoveel mensen in uw vrede op als u kunt, en uw vrede zal des te groter zijn naarmate ze met meer mensen wordt gedeeld. Een gewoon huis biedt geen plaats aan vele medebewoners, maar het huis van de vrede groeit naarmate het aantal bewoners groeit.'

bron: Augustinus, sermo 357,1 Dit is een ingekorte bewerking door Wim Sleddens, OSA. Een volledige vertaling staat in Carthaagse preken / Gerard Wijdeveld. 
 

Wees zelf vredelievend

Je kunt ook in je eigen omgeving meer vredelievend optreden dan je denkt. Augustinus maant steeds tot terughoudendheid bij conflicten. Hij geeft verschillende voorbeelden. Zo wijst hij de toehoorders op het nieuwe inzicht bij de bekende regel 'Een oog voor een oog, een tand voor een tand'. Het is immers niet gemakkelijk, wanneer je een klap hebt geïncasseerd om dan maar één keer terug te slaan, en niet harder dan je ontvangen hebt. In dat opzicht is 'oog om oog, tand om tand' een vooruitgang. (zie huis op de rots, p. 102-103). De vergelding moet gelijk zijn aan wat je overkomen is, niet meer. Een stap verder is af te zien van elke vorm van wraak of vergelding. Christus draagt zijn leerlingen op bereid te zijn nog meer te incasseren. Of neem ouders die de pijn die (jonge) kinderen hun aandoen met liefde en een goed gesprek op een rustiger moment beantwoorden.

zie: Je andere wang toekeren is 'normaal'/ Hans van Reisen in: Beweging,  jrg 73 (2009) nr 1, p. 38-41
zie: Het huis op de rots: verhandelingen over de bergrede (102,103)

 

Geen vrede zonder gerechtigheid

Gerechtigheid doen

De opbouw van de bergrede (Mt 5-7) laat duidelijk zien dat 'gerechtigheid' het sleutelbegrip vormt van het onderricht dat Jezus hier geeft. In de gelukwensen aan het begin van de rede komt het begrip twee keer voor. De vierde gelukwens is voor 'wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid' en de achtste gaat naar 'wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden'. De beginselverklaring, aan het hoofd van het centrale deel van de rede, geeft feitelijk een definitie van wat gerechtigheid inhoudt: het overkort uitvoeren van alle geboden die God in de Wet en de Profeten gegeven heeft. In het opschrift van de eerste reeks gedragsregels wordt beperkte gerechtigheid afgewezen en overvloedige gerechtigheid gevraagd. De geboden van Wet en Profeten moeten niet slechts in beperkte zin, maar radicaal worden uitgevoerd. Beperkte gerechtigheid voldoet aan de letter van de wet, overvloedige gerechtigheid gaat verder en handelt ook naar de geest ervan. Het opschrift van de tweede reeks gedragsregels richt de aandacht op de bedoeling waarmee gerechtigheid wordt gedaan. De geboden moeten niet worden volbracht met het oog op de waardering van de mensen en een beloning hier op aarde, maar met het oog op de waardering van de hemelse Vader en een beloning in de hemel. Gerechtigheid, het hart van de Wet en de Profeten, komt uiteindelijk hierop neer: 'Behandel anderen dus steeds zoals j e zou willen dat ze jullie behandelen'.
     De bergrede is geen theoretische uiteenzetting, maar een praktische instructie. Aan het woord is Jezus, een Joodse leraar, die uit de geboden van Wet en Profeten verdere gedragsregels afleidt. Hij hamert er bovendien voortdurend op dat deze voorschriften door de toehoorders moeten worden gedaan. Jezus oefent constant druk op zijn gehoor uit om zelf tot handelen over te gaan. Hij wil hen zo tot daders van goede daden maken.

Bron: Het verhaal van Matteüs : Sleutelpassages uit zijn evangelie / Joop Smit. - Meinema, Altiora, 2007. p. 50-51.
Augustinus over de bergrede: zie Het huis op de rots: Verhandeling over de Bergrede

 

 Zelf het initiatief nemen


Van alle thema's en acties die elk kalenderjaar terugkomen staat de Vrede niet slechts één dag maar een hele week in de belangstelling. En zelfs die week is nog te weinig. Bij het handhaven van de vrede hoeven we niet per se aan grote vredesoperaties te denken of aan moeizame politieke onderhandelingen. Laten we eens aan onszelf denken. We hebben er elke dag weer onze handen aan vol om in onze eigen omgeving de vrede te bewaren.
     Augustinus maant in zijn preken zijn toehoorders om zelf het initiatief te nemen, zelf vrede te brengen, de vrede te herstellen. En Augustinus zegt dat niet alleen als priester die zelf het goede voorbeeld geeft, maar ook als rechter. In zijn tijd waren kerk en staat meer met elkaar verweven en hadden de bisschoppen civiele rechtsbevoegdheid, de audientia episcopalis. Bijna iedere dag hield hij als rechter zitting in zijn kerk en sprak recht in kleine en grote zaken. Bij het interpreteren en uitvoeren van de wet liet hij zich leiden door het evangelie. Hier komen de rollen van rechter en herder samen, elke dag. En veel rechtszaken zijn te voorkomen. In het onderstaande fragment spoort hij ons aan om eens iets goeds over een ander te zeggen en zo de vrede te herstellen.

Zeg tegen de een iets goeds van de ander, omwille van de vrede
Gelukkig die vreedzaam zijn, want zij zullen kinderen van God genoemd worden (Mt 5,9). Wie zijn dat, de vreedzamen? Degenen die vrede brengen. Ziet u ergens mensen die onenigheid hebben? Zorg dan dat u de vrede tussen hen herstelt. Zeg tegen de een iets goeds over de ander en tegen de ander iets goeds over de een. U hoort van een van hen iets slechts over de ander, gewoon omdat hij kwaad is? Vertel dat dan niet door. Houd de boze woorden van iemand die kwaad is,
voor u. Maan hen in alle oprechtheid tot eendracht. Maar ook als u de vrede wilt herstellen tussen twee vrienden van u die onenigheid hebben, moet u bij uzelf beginnen met vreedzaam te zijn. U moet uzelf van binnen tot vrede brengen, waar u waarschijnlijk elke dag strijd levert met uzelf.
Sermo 53A,12- (een preek over Jezus' Bergrede)

Dit fragment is opgenomen in de bundel Verlangen alom : Gedachten over vrede / nr 4 in de serie 'Augustinus aan het woord' .Augustijnse Beweging. - Utrecht : 2009. 12 p. Zie Publicaties- vertalingen

 

In 2000 was het thema van de Vredesweek Vrede voor de stad met concrete uitwerkingen naar gevoelens van onveiligheid in onze eigen steden en de politieke en religieuze toekomst van de stad Jeruzalem. Het theologische fundament bood Augustinus' De civitate Dei als 'Stad van Vrede'. 

Voor de andere thema's van de Vredesweek zie Ambassadeurs.paxvoorvrede.nl 
en Pax Christi

kleiner A  -  A groter
Sitemap
1 december 2015