Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V17

Je tong temmen : tafelversje tegen roddelen

Praten leer je als kind bijna vanzelf. Netjes leren spreken is soms een hele toer. Goed spreken is een kunst apart. Maar het moeilijkste van alles lijkt het beheerst spreken te zijn. Daarmee wordt niet eens bedoeld dat je onverzorgd taalgebruik vermijdt, maar vooral dat je je niet zomaar negatief uitlaat over een ander. Wie flapt er niet af en toe eens wat onzorgvuldigs over iemand uit? Als de ander daarbij zelf aanwezig is, valt er met een oprecht excuus nog veel goed te maken. Maar hoe moet het wanneer je kwaad spreekt over een ander zonder dat die er zelf weet van heeft? Roddelen heet dat in goed Nederlands.

Augustinus had er een hekel aan. Hij liet in de eetruimte van zijn gemeenschap te Hippo Regius een tweeregelig versje als geheugensteun aanbrengen :
     “Quisquis amat dictis absentum rodere vitam,
       hac mensa indignam noverit esse suam .”

Dit tafelversje luidt in de vertaling van Frits van der Meer :
     "Wie er van houdt in ’t gesprek eens afwezigen faam te beknagen
       wete hierbij dat deez’ disch niet voor hem is gedekt."
       (Augustinus de zielzorger / F. van der Meer . - Utrecht, 1947. - p. 212.)
in de vertaling van Tarsicius Jan van Bavel :
     "Wie graag met woorden bezig is te knagen aan het leven van wie afwezig is,
       wete dat zijn eigen leven niet van aard is dat hij deze tafel waard is."
       (Veel te laat heb ik jou lief gekregen / T.J. van Bavel . - Heverlee, 1986. -p. 69)

Deze regels zijn als kortste, afzonderlijke werk van Augustinus geboekstaafd. Het uersus in mensa is overgeleverd in Possidius' Vita Sancti Augustini 22. Possidius verbond aan deze tafelinstructie een vermakelijk voorbeeld van enkele mede-bisschoppen, die zich als gasten in Hippo aan tafel gruwelijk aan geroddel schuldig maakten. Maar anders dan de biograaf suggereert, valt het waarschijnlijk niet uit te sluiten dat de instructie in eerste instantie stond gegrift voor de bewoners van het klooster zelf en daarmee ook voor Augustinus zelf. Een gast aan tafel confronteer je immers niet bij voorbaat met zo'n waarschuwing op het tafelblad.

In Augustinus' preken zijn prachtige voorbeelden te vinden van de moeite die het kost om je tong te beheersen. De mens lijkt machteloos om zijn eigen tong te temmen. Daarvoor kan men beter zijn toevlucht leren zoeken bij God: "Besef dus, geliefde broeders en zusters: als wij mensen onze tong niet kunnen temmen, moeten we onze toevlucht zoeken bij God. Hij kan onze tong wel temmen. Wilt u uw tong zelf temmen? Het zal u niet lukken: u bent maar een mens. En geen mens kan de tong temmen (Jak 3,8). Kijk eens goed naar de overeenkomst tussen ons en de beesten die we temmen. Een paard temt zichzelf niet, een kameel temt zichzelf niet, een olifant temt zichzelf niet, een slang temt zichzelf niet, een leeuw temt zichzelf niet. Zo temt ook de mens zichzelf niet. Om een paard, een os, een kameel, een olifant, een leeuw of een slang te temmen, heb je een mens nodig. Dus om de mens te temmen heb je God nodig." (uit: Sermo 55,2)

Tekst: Hans van Reisen
Literatuur: Van aangezicht tot aangezicht [Sermones de scripturis 51-94] / Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar. - Amsterdam: Ambo, 2004. - 676 p. - ISBN 90 263 1890 1. - (met name p. 128)

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
1 december 2015