Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V16

Stamboomonderzoek ?

Met de toename van vrije tijd groeit dikwijls ook de belangstelling voor het eigen verleden. Veel gepensioneerden, vervroegde uittreders of renteniers bladeren oude foto-albums door, doen navraag bij oude familieleden, speuren in de gegevens van de burgerlijke stand en verrichten onderzoek in archieven of op internet voor een reconstructie van de eigen familieverbanden. Het landelijke overzicht van de Nederlandse familienamenbank wordt veel geraadpleegd. Afstamming zegt iets over je identiteit.

In de bijbel staan bij markante figuren ook dikwijls stambomen vermeld. En van Jezus bezitten we er zelfs twee! Er staat een lijst in Matteüs 1,1-17 en een in Lucas 3,23-38. Gelukkig zijn ze heel verschillend zodat je als lezer behoed wordt voor het misverstand dat de namenlijsten bij de twee evangelisten het gevolg zijn van eenzelfde soort historische belangstelling als van hedendaagse familiechronisten. De bijbelse overzichten zijn in hun schijnbare eentonigheid verrassend gecompliceerd zoals de veelkleurige, hedendaagse samenlevingsvormen. De plaats en functie van beide overzichten binnen het evangelie omlijsten in zekere zin het geheim van Gods menswording: de namenlijst uit het Matteüsevangelie staat helemaal vooraan vermeld en wordt liturgisch pal voor Kerstmis geproclameerd; die van Lucas bezegelt Jezus' doop in de Jordaan waarmee vanouds de epifanietijd wordt afgesloten.

De geslachtslijsten van Jezus zijn voorwerp geweest van breed uitgewerkte beschouwingen. Van Ambrosius is er een bewaard in zijn Uitleg van het evangelie volgens Lucas: heel het derde boek is er aan besteed. Het verrassende daarin is dat de bisschop van Milaan in zijn bespreking van de lijst uit het Lucasevangelie aanleiding ziet om uitvoerig stil te staan bij drie van de vier markante vrouwen uit de Matteüslijst: Tamar, Ruth en Batseba.
Maar ook zijn geloofsleerling Augustinus laat zich niet onbetuigd: op 1 januari 417 gaat de bisschop van Hippo er eens goed voor zitten om de geloofsgemeenschap toe te rusten in de betekenis van opmerkelijke aspecten uit de beide geslachtslijsten: de overzichten vormen als het ware een mozaïek van de hele heilsgeschiedenis.
Een van de merkwaardige kanten uit de lijst van het Matteüsevangelie is bijvoorbeeld dat daarin uitdrukkelijk een opbouw van driemaal veertien geslachten wordt gesuggereerd (Mt 1,17), maar een nauwkeurige lezer in de laatste reeks slechts dertien namen kan turven.
Augustinus weet er raad mee: "Let op, mijn geliefden. Wat nu komt, is een heerlijk geheimenis. Ik beken u dat ik er in mijn hart van smul. Wanneer ik het u aanbied en u er zich tegoed aan doet, denk ik dat u er net zo enthousiast over bent als ik en hetzelfde zult zeggen. Let dus op. Van Jechonja, bij wie de telling van het derde blok begint, tot aan de Heer Jezus Christus, zijn er veertien generaties. Jechonja wordt namelijk twee keer meegeteld: één keer als laatste van het tweede blok en één keer als eerste van het derde blok. Nu zou iemand kunnen vragen: "Waarom wordt Jechonja twee keer meegeteld?" ... Door Jechonja werd overgang naar Babylon bewerkstelligd. Hij mocht geen koning zijn van het joodse volk. Daarmee werd hij een voorafbeelding van Christus die de joden ook niet als hun koning wilden (vgl. Joh 19,15) "Israël reisde af naar de heidenen" wil zeggen: de verkondigers van het evangelie reisden af naar de heidense volkeren. Waarom vindt u het dan vreemd dat Jechonja twee keer wordt meegeteld? Zo vreemd is dat toch niet? Als Jechonja de voorafbeelding is van Christus die van de joden naar de heidenen afreist, wat is Christus dan tussen de joden en de heidenen? Is Christus dan niet de hoeksteen? Kijk, een hoeksteen vormt het einde van de ene muur en het begin van de andere. Je meet de ene muur tot aan de hoeksteen en de andere vanaf de hoeksteen. De hoeksteen telt dus twee keer mee omdat hij beide muren met elkaar verbindt. Omdat Jechonja een voorafbeelding van de Heer is, is hij ook een hoeksteen, net als Christus. Jechonja mocht niet de koning zijn van de joden, maar men ging wel naar Babylon. Christus was de steen die de bouwlieden afkeurden, maar het evangelie kwam wel bij de heidenen. Zo werd hij de hoeksteen (Vgl. Mt 21,42, Mc 12,10 en Lc 20,17. Vgl. Ps 117 (118),22-23 en 1 Pe 2,6-8). Aarzel dus niet de hoeksteen twee keer mee te tellen. Daardoor komt u uit op het aantal generaties dat in de Schrift wordt genoemd." (Sermo 51,13 en 15)

tekst: Hans van Reisen
literatuur:
Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs [Sermones de scripturis 51-94] / Aurelius Augustinus; vertaald en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama en Anke Tigchelaar; ingeleid door Joost van Neer. - Amsterdam: Ambo-Anthos, november 2004. - 676 p. - ISBN: 90-263-1890-1. Sermo 51,4 p. 43-77

•  Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand: uitleg van het evangelie volgens Lucas [Expositio evangelii secundum Lucam] / Ambrosius van Milaan ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Peter Eijkenboom S.J., Fried Pijnenborg S.J. en Hans van Reisen. - Budel : Damon, 2005. - 596 p. - ISBN : 90-5573-644-9. pagina 141-174.

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
1 december 2015