Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V14

Wandelen : opletten waar je loopt!  (sermo 51)

 

Nu voor velen het vakantieseizoen aanbreekt, beginnen de dagen in Europa alweer korter te worden. In de Lage Landen betekent dat het einde van het broedseizoen der vogels. Weldra zal dan ook de mooie zang verstommen, die in de afgelopen maanden de uren rondom zonsopgang en -ondergang heeft geklonken.
Wie echter de wandelschoenen aantrekt en zich in hoge bergen begeeft, ontdekt daar dat in onze zomervakantie de lente nog in volle gang is. Daar zijn jonge vogels nog lang niet uitgevlogen, maar soms pas net uit het ei ontwaakt en nog helemaal aan het nest gebonden. Soms bevinden die nesten zich onder het hoge gras dat een bergpaadje overwuift. En dan is het zaak om goed uit te kijken waar je loopt, want anders gebeuren er ongelukken met zware wandelschoenen aan je voeten.
Is het louter verbeelding dat Augustinus ooit op zijn regelmatige tochten tussen Hippo Regius en het Noord-Afrikaanse achterland in de bergen getroffen werd door kwetsbaar jong leven? In sermo 51 waagt hij zich al prekend met zijn luisteraars aan een kort uitstapje:
"Ik zit u nu wel toe te spreken, maar u moet weten dat ik vroeger op een dwaalspoor zat. In mijn jonge jaren wilde ik liever spitsvondige redeneertrucjes op de Heilige Schrift toepassen dan toegewijd onderzoek doen. Door mijn totaal verkeerde houding deed ik de deur van mijn Heer dicht, tot mijn eigen nadeel. Ik had moeten kloppen zodat mij werd opengedaan (vgl. Mt 7,7 en Lc 11,9), maar nu viel de deur door mijn eigen schuld voor mijn neus in het slot. Ik was zo zelfingenomen dat ik het waagde te zoeken naar iets wat alleen bescheiden mensen kunnen vinden. Hoeveel gelukkiger bent u er nu aan toe. Hoe onbezorgd kunt u niet zijn bij het leren, en hoe beschermd zijn de kleine vogeltjes niet in het nest van het geloof! U krijgt allen geestelijk voer. Maar ik vloog, in de overtuiging dat ik er klaar voor was, tot mijn ongeluk het nest uit. En nog voordat ik mijn vleugels kon uitslaan, was ik al op de grond gevallen. Maar de barmhartige Heer raapte mij op en zette mij terug in het nest. Daarmee voorkwam Hij dat ik door voorbijgangers werd doodgetrapt. Ik was daarvan natuurlijk zeer onder de indruk. Nu kan ik het u in de naam van de Heer onbezorgd vertellen en toelichten."

De medewerkers van het Augustijns Instituut wensen alle bezoekers aan deze website een onbezorgde vakantie: tref goede voorbereidingen voordat u uitvliegt en leer van Augustinus dat voor bescheiden mensen gastvrije deuren opengaan.

Tekst : Hans van Reisen
Literatuur :
Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs [Sermones de scripturis 51-94] / Aurelius Augustinus; vertaald en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama en Anke Tigchelaar; ingeleid door Joost van Neer. - Amsterdam: Ambo-Anthos, november 2004. - 676 p. - ISBN: 90-263-1890-1. Sermo 51, p. 50

kleiner A  -  A groter
Sitemap
1 december 2015