Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V13 het Woord

 Sermo 120: Het woord aan het Woord

 

Verheven Woord
[1] Johannes begint zijn evangelie zo: "In het begin was het Woord." Zo gaat hij van start. Dat is wat hij heeft gezien, uitstijgend boven de hele schepping. Boven bergen, luchten, hemelen en sterren, boven tronen, heerschappijen, hegemonieën en machten, boven alle engelen en alle aartsengelen. Uitstijgend boven alles heeft hij het Woord in het begin gezien en in zich opgenomen. Verheven boven de hele schepping heeft hij het gezien, aan de borst van de Heer heeft hij het in zich opgenomen.
   Die Johannes is namelijk de heilige evangelist van wie Jezus erg veel hield, zo veel dat hij mocht rusten aan zijn hart. Dat was de geheime bron om uit te drinken, wat opwelt in het evangelie. Gelukkig zij die het horen en begrijpen. Op de tweede plaats gelukkig zij die geloven, ook als ze het niet begrijpen. Hoe geweldig het is om het Woord van God te zien, wie kan dat in mensenwoorden uitleggen?

Altijd overal helemaal
[2] Verhef uw hart, broeders en zusters, verhef het zo hoog als u kunt. Vergeet elke mogelijke voorstelling van iets stoffelijks. Stel dat u het Woord van God kon zien zoals u zich het licht van onze zon voorstelt. Maak dat licht dan zo groot mogelijk, breid het zo ver mogelijk uit, maak het in uw gedachten onbegrensd - het is niets vergeleken bij het Woord van God! Bij alles wat de menselijke geest zich kan voorstellen is een deel kleiner dan het geheel. Maar dat Woord moet u zich voorstellen als één geheel, altijd en overal.
  Probeer te begrijpen wat ik zeg. Ik doe mijn uiterste best, ik wring mij in duizend bochten om u te helpen. Probeer te begrijpen wat ik zeg. Kijk naar dat licht aan de hemel, dat "zon" wordt genoemd. Als het is opgekomen verlicht het de aarde, het laat de dag beginnen en maakt vormen en kleuren zichtbaar. Het is een groot goed, een groot geschenk van God voor alle stervelingen: laten al zijn werken Hem verheerlijken! Als de zon al zo mooi is, is dan de maker van de zon niet nog mooier?
  Maar nu goed opletten, broeders en zusters. U ziet dat de zon zijn stralen verspreidt over de hele aarde. Hij dringt binnen in alles wat open is, maar wat gesloten is blijft ontoegankelijk. Hij zendt zijn licht door de ramen, toch niet door de muren? Maar voor het Woord van God is alles toegankelijk, voor het Woord van God blijft niets verborgen.
   Er is nog een verschil waaraan je kunt zien hoe ver het geschapene, met name het stoffelijke, afstaat van zijn Schepper. Als de zon in het oosten staat, staat hij niet in het westen. Het licht dat uit dat grote hemellichaam stroomt bereikt het westen wel, maar de zon zelf is daar niet. Pas als hij ondergaat is hij daar. Als hij opkomt is hij in het oosten, als hij ondergaat in het westen. Aan deze twee verschijnselen hebben wij die namen te danken. Als de zon opkomt staat hij in het oosten, daarom heet dat Oriënt. Als hij ondergaat staat hij in het westen, daarom heet dat Occident. 's Nachts is hij nergens te zien.
   Gaat het zo ook met het Woord van God? Als het in het oosten is, is het dan niet in het westen? Als het in het westen is, is het dan niet in het oosten? Verlaat het af en toe de aarde, verdwijnt het eronder of erachter? Nee, het is altijd en overal helemaal. Wie kan dat verwoorden? Wie kan dat zien? Hoe kan ik bewijzen wat ik zeg, hoe kan ik dat voor u aannemelijk maken?
   Ik spreek van mens tot mens. Als zwakke mens tot nog zwakkere mensen. En toch, broeders en zusters, waag ik te zeggen wat ik te zeggen heb, al is het in een spiegel of in raadsels. Ik heb er wel gedachten over en een opvatting, en de woorden liggen in mijn hart. Ze willen eruit, naar u toe, maar ze kunnen geen geschikt voertuig vinden. Het voertuig van woorden, dat is de klank van de stem. 

    Wat ik in mijzelf zeg probeer ik ook u te zeggen, maar de woorden ontbreken. Ik wil namelijk spreken over het Woord van God. Hoe groot is dat Woord, wat is dat voor Woord? Alles is door Hem gemaakt. Zie wat Hij gemaakt heeft, en huiver voor de Maker! Alles is door Hem gemaakt.

Kijk naar de aarde, prijs de hemel
[3] Dan maar een stapje terug, voor ons zwakke mensen, even een stapje terug. Laat ik proberen het op menselijke schaal samen te vatten, zo goed ik kan. Mensen zijn wij, ik die spreek en u tot wie ik spreek. Ik laat mijn stem klinken. Met het geluid van mijn stem wil ik uw oor bereiken. Door het geluid van mijn stem kan ik misschien toch enig begrip wekken in uw hart, via het oor. Laten we het daarover hebben, zo goed en zo kwaad als het gaat, en proberen dit te begrijpen. Maar als we zelfs dit niet kunnen begrijpen, hoe moet het dan met dat andere?
   Goed, u hoort mij, ik voer het woord. Als iemand hier weggaat en buiten vragen ze wat hier gebeurt, zegt hij: "De bisschop voert het woord." Ik voer het woord over het Woord. Maar wat voor woord, en over wat voor Woord? Sterfelijke woorden, over het onsterfelijk Woord. Veranderlijke woorden, over het onveranderlijk Woord. Vergankelijke woorden, over het onvergankelijk Woord. Toch moet u acht slaan op mijn woorden.
  Ik had u gezegd dat het Woord van God altijd en overal helemaal is. Kijk, ik richt het woord tot u. Wat ik zeg bereikt iedereen. Hebt u mijn woorden soms onderling verdeeld, zodat ze u allen kunnen bereiken? Als ik u te eten gaf en niet uw geest maar uw maag wilde vullen, als ik u brood voorzette om u mee te verzadigen, dan zou u mijn brood natuurlijk onder elkaar verdelen. Mijn brood zou toch niet ieder van u apart kunnen bereiken? Als het een van u zou bereiken hadden de anderen niets. Maar nu voer ik het woord, en u krijgt het allemaal. En dat niet alleen, u krijgt het allemaal helemaal! Het bereikt u allemaal helemaal, ieder van u afzonderlijk helemaal. Hoe wonderlijk, die woorden van mij! Hoe moet het Woord van God dan wel zijn? 

Brood om te delenDan is er nog iets. Ik heb gesproken: mijn woorden zijn naar u toegegaan maar hebben mij niet verlaten. Zij hebben u bereikt maar zijn niet van mij gescheiden. Voor ik begon te spreken waren ze van mij, niet van u. Ik heb ze uitgesproken: nu hebt u ze gekregen maar ik ben ze niet kwijt. Hoe wonderbaarlijk, die woorden van mij! Hoe moet het Woord van God dan wel zijn?
  Uit het kleine kunt u het grote afleiden. Kijk naar de aarde en prijs de hemel. Ik ben een schepsel, u bent een schepsel, en toch gebeuren er fantastische dingen met mijn woorden in mijn hart, in mijn mond, in mijn stem, in uw oor, in uw hart. Hoe moet de Schepper dan wel zijn?

Luister naar ons, Heer. Maak ons, want U hebt ons gemaakt, maak ons goed, want U hebt verlichte mensen van ons gemaakt. Verlicht zijn deze mensen hier, gekleed in het wit. Zij horen uw Woord via mij. Verlicht door uw genade staan zij hier voor U. Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Maar ze moeten voor één ding werken, voor een ding bidden: als deze dagen voorbij zijn, mogen ze niet veranderen in duisternis. Want zij zijn het licht geworden van Gods wonderen en weldaden.


Literatuur: p. 65-68 in : De weg komt naar u toe : Preken over teksten uit het Johannesevangelie [Sermones de scripturis 117-147A + 368]

kleiner A  -  A groter
Sitemap
25 januari 2016