Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustinus' Leven > Invloed > Rita van Cascia
zoeken
printen

Rita van Cascia

Jeugd en huwelijk

 

Rita (van Margharita: parel) werd geboren rond 1367 te Roccaporena, een bergdorpje vijf kilometer van Cascia, toen een belangrijk commercieel centrum in Umbrië. Rita’s ouders, Antonio Lotti en Amata Ferri, kregen hun dochtertje, hun enig kind, toen zij al op gevorderde leeftijd waren. Omdat Roccaporena geen kerk had, is Rita waarschijnlijk gedoopt in de Santa Maria della Plebe in Cascia.
Rita’s ouders voorzagen in hun levensonderhoud door hard werken op hun eigen lap grond, en door de opbrengt van een kleine bergweide. Ze hadden geen schulden en in het dorp genoten ze een zeker aanzien. Ze behoorden tot de ‘pacieri’, de vredestichters, een groep burgers die in die woelige tijden vol vetes vrijwillig hun diensten aanboden om de strijdende partijen met elkaar te verzoenen. In die tijd woedde in Italië de politieke strijd tussen de welfen (pausgezinden) en de ghibelijnen (keizersgezinden). De door de pacieri bewerkte verzoeningen hadden kracht van wet.
       Het leven van Rita is met vrome legenden omweven, bijvoorbeeld het wonder van de bijen. Die vlogen in en uit de mond van de vijf dagen oude Rita die in haar wiegje lag te slapen. Een landarbeider die gewond was aan zijn hand, wilde de bijen verjagen, maar in plaats dat deze verdwenen, werd zijn wonde genezen.
Rita leerde lezen en schrijven. Heel jong al ging ze op bezoek bij de augustinessen van het klooster van de heilige Magdalena in Cascia waar vermoedelijk een van haar verwanten was ingetreden. Zelf zou ze er, veel later, nog veertig jaar verblijven. Rita had een grote devotie tot Johannes de Doper, de patroon van de hoofdkerk van Cascia, tot Nicolaas van Tolentino, in 1447 heilig verklaard, en tot Augustinus. Deze drie verschenen haar in een visioen en wekten in haar hart het verlangen om kloosterlinge te worden. Toch kon zij aan dat verlangen geen gehoor geven, omdat ze uitgehuwelijkt werd. In 1381, toen zij veertien jaar oud was, vond de wettelijke huwelijksbelofte plaats tussen Rita en Ferdinando Mancini. Zij bleef tot het huwelijk in 1385, in haar vaders huis wonen.
       Een augustijn, een zekere Nicolaas, getuigt over haar man dat hij dapper en gul van aard was, met een goed maar opvliegend karakter. Evenals Rita behoorde Ferdinando tot de kleine burgerij. Hij was bewaker van de toren van de Collegiacone-heuvel, een controlepost buiten de stad. Rita had op den duur een rustgevende invloed op haar driftige man. Zij waren achttien jaar gehuwd, toen hij in 1401 werd vermoord. Zij bleef achter met twee jonge kinderen. De moord had wellicht te maken met de toen heersende partijtwisten in Italië. Rita vreesde dat de zonen vanwege de moord op hun vader op bloedwraak zouden zinnen en in de toekomst zelf een moord zouden begaan of vermoord zouden worden. Zij bad vurig dat God haar kinderen hiervoor zou sparen. Haar gebed werd op een onverwachte wijze verhoord. Want het volgend jaar stierven deze beide zonen, na elkaar, op de 19e en 20ste maart 1402. Sinds de zeventiende eeuw hebben ze een naam: Giangiacomo Antonio en Paolo Maria.


Intrede in het klooster

 
Weduwe en kinderloos geworden kreeg Rita’s roeping tot het klooster een nieuwe impuls. Zij zou graag intreden in het augustinessenklooster van de heilige Magdalena, het huidige Sint Ritaklooster. Maar ondanks haar herhaald aandringen werd haar steeds de toelating geweigerd. Die weigering had te maken met de burgertwisten in Cascia waarvan ook de kloosterbevolking slachtoffer zou kunnen worden. Ten einde raad nam ze haar toevlucht tot haar drie schutspatronen. Na enkele maanden werd ze inderdaad toegelaten. Die toestemming kwam in 1407. Ook hierover is een legende ontstaan waarin verteld wordt dat haar patroonheiligen haar zonder moeite het klooster konden binnenleiden. In feite zal Rita door haar irenische houding de feitelijke tegenstellingen in het klooster hebben verzoend. Na postulaat en noviciaat te hebben voltooid werd ze toegelaten tot de professie. Ze beloofde ‘te leven op water en brood’, zoals dat in die tijd ter plaatse gebruikelijk was. Spoedig was zij een voorbeeld van grote versterving.
       Na eens een uitleg van Jezus’ woorden ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ (Joh 14,6) te hebben gehoord, werd ze door de goddelijke genade zo verlicht, dat ze op een uiterst vurige wijze Jezus begon lief te hebben en ernaar verlangde op te gaan in zijn lijden. Dit overkwam haar in 1432. Tijdens haar beschouwend gebed over het lijden van Christus werd ze door een buitengewone godsvrucht gegrepen, en was ze vanaf toen vol blijdschap dat ze alle lijden met Hem blijmoedig mocht verduren. In haar verlangen te lijden met Christus ontving ze in 1432 een stigma via een doorn uit de doornenkroon, terwijl ze aan het bidden was voor het beeld van de Verlosser. De doorn veroorzaakte een blijvende wonde. Rita wordt afgebeeld met een wonde aan haar voorhoofd.
        In hetzelfde jaar 1432 werd in de kerk van de heilige Franciscus te Cascia een fresco aangebracht waarop de verzoening van de familie van Rita en de bloedverwanten van de moordenaars van haar man stond afgebeeld. Deze vrede was door haar bewerkt. Indertijd was het ijveren daarvoor als voorwaarde gesteld om haar intrede in het klooster mogelijk te maken. Hieruit kunnen wij opmaken dat Rita steeds tot vergeving en verzoening bereid was. Door haar sterke wil tot vrede wierp zij een dam op tegen de vloed van haat en agressie die er heerste.

 Rita van Cascia, een fresco wrs nog gemaakt tijdens haar leven. Cascia.

Het historische fresco van de heilige Rita met de doornwonde in de San Francesco in Cascia.

De muurschildering werd al tijdens haar leven vervaardigd. Rita is afgebeeld als de weduwe Rita Mancini die met haar gebed de verzoening tussen strijdende partijen begeleidt.


Een andere legende vertelt dat zij uit pure gehoorzaamheid op verzoek van haar overste dagelijks een geheel verdorde stronk begoot. God beloonde haar toewijding door de stronk te laten uitbotten en vruchten te laten dragen. Daarom wordt Rita ook wel genoemd: de heilige van de onmogelijke of hopeloze zaken.

Laatste levensjaren

Op hoge leeftijd wilde Rita een bedevaart naar Rome maken. Haar overste gaf haar toestemming op voorwaarde dat haar wonde genezen zou zijn. Dat gebeurde inderdaad. De afstand van Cascia tot Rome is 160 kilometer. Die werd door de zusters te voet afgelegd. Na hun terugkeer opende de wond zich weer en bleef bestaan tot haar dood.
         De laatste vier jaar van haar leven was Rita bedlegerig. Iedere morgen ontving ze de heilige communie. Lange tijd zou de hostie haar enig voedsel zijn. De legende van de roos vertelt dat zij tijdens haar ziekte bezoek kreeg van een verwante die haar vroeg of ze iets wilde hebben uit het huis te Roccaporena. Rita vroeg om een roos uit het tuintje. Maar het was midden in de winter, in januari. Toch vond de vrouw een ontloken roos die ze Rita aanbood. Rita aanvaardde de roos als geschenk en gaf haar door aan haar medezusters. De heilige met de doorn stierf als de heilige van de roos. Op Rita’s feestdag, 22 mei, worden in de Augustijnenorde rozen gezegend en uitgedeeld.
          Volgens haar levensbeschrijver Fra Cavalucci vonden er reeds in de periode van haar laatste ziekte door haar tussenkomst talloze wonderen en gebedsverhoringen plaats. Op 22 mei 1447 overleed Rita in een geur van heiligheid. Tevoren had zij het sacrament van de zieken ontvangen. Het volk vertelde dat op het moment van haar dood een zwerm bijen met bruine vleugeltjes zich neerzette op de muur van het klooster en deze zo met een rouwkleed bedekte. Haar lichaam werd op verzoek van het volk niet begraven. Het ligt opgebaard in de zijkapel van de naar haar genoemde basiliek en is intact gebleven. Door de levendige Ritadevotie trekken zeer veel pelgrims en toeristen naar Cascia.

Verering
Vanaf 1457 werd een Codex Miraculorum (Het boek der wonderen) bijgehouden. Het boek loopt van 1457 tot 1563 en bevat vier delen. In hetzelfde jaar verscheen de levensbeschrijving van de heilige. In 1628 werd Rita door paus Urbanus VIII zalig verklaard, en op 24 mei 1900, op het hoogfeest van ‘s Heren Hemelvaart werd zij door paus Leo XIII heilig verklaard, tegelijk met Jean Baptiste de la Salle, de stichter van de Broeders der Christelijke Scholen.
         Vanuit Umbrië verbreidde de verering van Rita zich door Italië en naar andere landen. In Portugal en Spanje werd zij al vroeg vereerd en via deze landen verspreidde haar verering zich naar Latijns Amerika. In België hebben de Vlaamse augustijnen de Rita-devotie verbreid, zodat Rita een heel populaire Belgische meisjesnaam is geworden. Er zijn drie bedevaartplaatsen: het augustijnenklooster te Gent en dat te Bouge bij Namen, en de parochiekerk van Sint Rita te Kontich. In Nederland heeft de augustijn Ivo Kruyver (1914-1973) de Rita-devotie bevorderd, vooral in Eindhoven. In Amsterdam-Noord bedienden de augustijnen van 1906 tot 1995 de Ritaparochie. In Duitsland is Würzburg de bekendste bedevaartplaats.

Tekst: Martijn Schrama OSA

Gebruikte literatuur
•   Rita / Ivo Kruyver O.E.S.A. - Tilburg : Bergmans, 1955. - 227 p. ; 23 cm.
•   Sint Rita, wie zijt gij ? / Jean Derobert.- Marquain : Hovine, 1989. - 40 p. : ill.
•   Documentazione Ritiana antica / Adolf Damasus Trapp OSA. - Cascia : Monastero di S. Rita, 1968-1970. - 4 dl. Overzicht van bronnen: Dl. 1 : Il Processo del 1626 e la sua letteratura. Dl. 2 : Il Volto veritiero di Santa Rita. Dl. 3 : Gli statuti di Cascia stampati a Cascia 1545. Dl. 4 : L'archivo notarile di Santa Rita. -
•   Heilige Rita van Cascia / paters Augustijnen. - Gent, 1997, 72 p. ISBN 90 7097854 7.
•  Film: Sveta Rita  (Youtube) deel 1 en 2 Italiaans-Spaans


Martijn Schrama OSA

Top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
22 mei 2015