Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

V19

Heilig  is Gods naam ?

Op de stations prikkelen ze regelmatig een week lang het geweten van mensen die hardop of stiekem een krachtterm slaken wanneer ze hun aansluitende trein op het nippertje hebben gemist: de posters die vermanen om niet te vloeken maar Gods naam te heiligen. Langs de snelwegen zijn zulke oproepen veel minder te ontwaren: autorijders die moeten aansluiten in een file hebben blijkbaar minder morele aansporingen nodig.
De oproepen langs de perrons herinneren dikwijls aan een van de tien geboden: "Misbruik de naam van de Heer uw God niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan." (Ex 20,7 en Dt 5,11). Daarbij wordt ervan uitgegaan dat verkeerd of goed gebruik van Gods naam iets met ons taalgebruik te maken heeft, alsof de heiligheid van Gods naam afhangt van menselijke woorden. Augustinus biedt daarover een verrassend inzicht.

Vier preken zijn ons van hem bewaard waarin hij aandacht schenkt aan de tekst van het onzevader (sermones 56-59). Daarin vanzelfsprekend ook belangstelling voor de bede "laat uw naam geheiligd worden." (Mt 6,10 en Lc 11,2) Hoezo daarom bidden: die naam is toch al heilig? "Als je smeekt dat Gods naam mag worden geheiligd, vraag je Hem dat dan alleen voor Hemzelf en niet voor jouzelf? Begrijp goed dat je ook voor jezelf smeekt. Wat je smeekt, is dat datgene wat altijd heilig is in zichzelf, ook mag worden geheiligd in jou. Want wat wil dat zeggen: “Uw naam worde geheiligd”? Dat zijn naam als heilig moet worden beschouwd en niet mag worden geminacht. Je ziet dus dat je eigenlijk iets goeds voor jezelf wenst, wanneer je dat wenst. Als je de naam van God veracht, is dat namelijk slecht voor jezelf, niet voor God." (Sermo 56,5)
Het is dus niet zo dat Gods naam heilig wordt door ons. Integendeel, wij worden geheiligd door Gods heilige naam: "Want zijn naam is altijd heilig. En hoe kan zijn naam nu geheiligd worden in ons als die ons niet heilig maakt? Eerst waren we namelijk niet heilig, het is door zijn naam dat we heilig worden gemaakt. God is echter altijd heilig, en dat geldt ook voor zijn naam. We smeken voor onszelf, niet voor God. We hoeven God niets goeds toe te wensen: er kan Hem toch nooit iets kwaads overkomen. We kunnen wel onszelf iets goeds toewensen, in de hoop dat zijn heilige naam mag worden geheiligd, dat iets wat altijd heilig is, mag worden geheiligd in ons." (Sermo 57,4; Vgl. s. 58,3 en 59.3).

In de preken over het onzevader verwoordt Augustinus aan doopleerlingen in eenvoudige taal wat hij in zijn toelichtingen op Jezus' bergrede wat verhevener verwoordt: "De eerste van alle beden is: “Uw naam worde geheiligd.” Die bede houdt niet in dat Gods naam niet heilig zou zijn, maar beoogt dat de mensen zijn naam heilig achten, dat wil zeggen: zij leren God zo kennen dat zij zijn naam als het allerheiligste beschouwen. Die te beledigen is hun grootste vrees. En omdat er gezegd is: “In Juda maakt God zich bekend, groot is zijn naam in Israël,” (Ps 75 (76),2) moet men niet denken dat God als het ware hier kleiner en daar groter zou zijn. Maar zijn naam is groot waar die wordt genoemd op een manier die past bij de grootheid van zijn majesteit. Zo wordt zijn naam uitgesproken waar die met eerbied en vrees voor belediging wordt genoemd." (De sermone Domini in monte 2,19)

Met andere woorden: wie vloekt of scheldt, zet niet Gods naam maar zichzelf te kijk. En wie de Eeuwige zegent en looft, wordt er vooral zelf beter van. Tussen vloek en lofprijzing blijft Gods naam voor alles onuitsprekelijk en boven alles heilig.

Tekst: Hans van Reisen
Literatuur:
Van aangezicht tot aangezicht [Sermones de scripturis 51-94] / Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar. - Amsterdam: Ambo, 2004. - 676 p. - ISBN 90 263 1890 1. - (met name p. )

Het huis op de rots [ De sermone Domini in monte] / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Leo Wenneker en Hans van Reisen. – Amsterdam: Ambo, 2000; Budel: Damon 20043. - 232 p. - ISBN 90 5573 579 5.

kleiner A  -  A groter
Sitemap
1 december 2015